Kwartaal Nieuwsbrief

‘VEILIG’ NETTORENDEMENT VAN 3% TOT 4% LASTIG TE REALISEREN


Regelmatig krijgen we vragen over ‘veilige’ beleggingen, lees obligaties met hoge ratings, met een nettodoelrendement van 3 tot 4 procent. Dit blijkt lastig te realiseren. Met een gespreide portefeuille van beleggings- en indexfondsen komen wij niet verder dan een nettorendement van ongeveer 2%..

In het huidige monetaire beleid staat een lage rente voorop. In Europa staat de rente zelfs extreem laag. Begin dit jaar zakte de rente van de 10-jarige Bund naar 0,1%. Dit betekent dat een koper over tien jaar 0,1% per jaar maakt, niet genoeg om de vermogensrendementsheffing en inflatie mee te corrigeren. Verre van dat zelfs. De theorie schrijft voor dat de rente gelijk staat aan de inflatie plus een beloning voor risico, bijvoorbeeld het risico dat de obligatie niet wordt terugbetaald. Maar waarom is de praktijk nu anders? Kort door de bocht: de rente is een politieke speelbal geworden. Trump wil een lage rente om zich op de borst te kunnen kloppen voor een economisch mirakel: hoge economische groei, goed presterende beurzen en lage werkloosheid. Europa heeft de lage rente nodig om de last van de enorme schulden, bijvoorbeeld van Italië, te kunnen dragen, zodat de euro overeind blijft. De onafhankelijkheid van monetair beleid lijkt steeds meer in het gedrang te komen. Maar laten we hier geen politieke discussie voeren en de vraag stellen: kunnen we iets doen aan de extreem lage rente, om met ‘veilige’ beleggingen toch nog een hoger rendement te behalen?

 

Vijf categorieën

Om het rendement of yield hoger te krijgen dan de huidige 10-jaarsrente van 0,1% hebben we vijf beleggingscategorieën op het oog. Die combineren we in een zogenoemde ‘inkomensportefeuille’. Zie de tabel. Er zijn twee eisen gesteld aan de samenstelling. Ten eerste moet de portefeuille vooral bestaan uit veilige obligaties, in jargon ‘investment grade’, ofwel obligaties met een minimale rating van Baa3 (Moody’s) of BBB− (S&P en Fitch). We bedienen ons voor maximaal 10% van high yield, maar de slechte ratings, Caa1 (Moody’s) of CCC+ (S&P en Fitch) of lager, zijn hoe dan ook uitgesloten. De uitsluiting geldt ook voor EMD (Emerging Market Debt).

Met deze twee categorieën kunnen we al snel richting de 5-7% yield gaan, maar de risico’s zijn ook navenant. De tweede eis betreft spreiding. Dat is immers de eerste en belangrijkste les van beleggen die we ook nu niet willen veronachtzamen. Spreiding zoeken we niet alleen in de verschillende subcategorieën, ook door in fondsen van verschillende beleggingshuizen en -stijlen te beleggen.

 

Hierna worden de vijf categorieën kort toegelicht, aangevuld met een aantal concrete tips.

  1. Unconstrained bonds (conservatief). Het grootste gedeelte van de portefeuille, 60% om precies te zijn, wordt belegd in zogeheten unconstrained bonds. Dat is een categorie waarbij de fondsbeheerder de nodige vrijheden heeft om tussen in dit geval veilige obligaties te manoeuvreren. Doordat obligatiemarkten niet altijd efficiënt functioneren, denk bijvoorbeeld aan de ingrepen van de monetaire autoriteiten, kan met actief beheer waarde worden toevoegd. We kiezen voor een wereldwijd beleggend fonds, van T.Rowe Price dat een lage doelvolatiliteit nastreeft en twee alleen in Europese obligaties beleggende fondsen, één van Blackrock (zie kader) en één van NN IP. Deze beheerders hebben over een termijn van meer dan tien jaar bewezen een betere prestatie te kunnen leveren dan de index. Tevens hanteren deze fondsen een strak risicomanagement.
  2. Amerikaanse staatsobligaties. Amerikaanse staatsobligaties bieden nu een aantrekkelijke rente. De 10-jaars yield op de Treasury staat op 2,7%. S&P geeft de Amerikaanse Treasury een AA+ rating, met een ‘stable outlook’. We kunnen het ons ook niet voorstellen dat de Amerikaanse overheid een ‘default’ op staatsobligaties gaat toestaan. Dat zou een wereldwijd systeemrisico opleveren. In uiterste nood worden er gewoon dollars bijgedrukt. Een kleine complicatie is hier het dollarrisico. Op de lange termijn verwachten we echter dat de dollar en euro elkaar in evenwicht houden. Het zijn immers vergelijkbare machtsblokken. En we moeten ergens heen om een ‘veilige’ yield op te pikken. We hebben de voorkeur voor de Vanguard USD Treasury Bond UCITS ETF, een breed gespreide obligatieportefeuille over de hele rentecurve, dus verschillende looptijden, tegen slechts 0,12% kosten.
  3. Infrastructure equity. Het beleggen in infrastructuur biedt veel voordelen. Het gaat vaak om bedrijven die allerlei regels beschermd zijn, denk aan vliegvelden, ziekenhuizen en tolwegen. Niet zelden is er sprake van een monopolie in een bepaald segment. De kasstromen zijn doorgaans erg stabiel. We kiezen hier voor aandelen. Maar dit zijn dan wel aandelen van het meest defensieve soort. Er wordt ook wel gesproken van ‘bond proxies’, ofwel aandelen die op obligaties lijken. We kiezen hier voor First State Global Listed Infrastructure Fund vanwege het lange en goede trackrecord.
  4. High yield en private loans. Zoals gezegd staan we wat high yield toe, om toch wat extra rendement te pakken. Maar het liefst wel op een zo veilig mogelijke manier. Het UBP PG Active Income Fund is een uniek fonds dat belegt in de liquide high yield-markt en de illiquide private leningen aan bedrijven. Deze leningen hebben yields tussen de 4 en 10%, afhankelijk van het soort bedrijf. Het gaat vaak om bedrijven die niet op de publieke markt geld kunnen ophalen en daardoor een hogere rente moeten betalen. Door minimaal 40% in de liquide high yieldmarkt te beleggen kunnen beleggers toch in en uit het fonds stappen (behalve bij erg grote uitstroom, in welk geval dit fonds dicht gaat).
  5. Asset-back securities (ABS). Obligaties die onderpand hebben staan een beetje in een kwaad daglicht door de laatste kredietcrisis. Het waren immers de hypotheekobligaties die in de VS de ‘trigger’ vormde voor de start van de crisis. Maar in Europa zijn er bijna geen defaults geweest op ABS. De ratings zijn over het algemeen erg goed. Dat er toch nog yield is komt door het relatief illiquide karakter van de meeste van deze leningen. Hiervoor worden beleggers beloond in de vorm van illiquiditeitspremie. We kiezen voor het Aegon European ABS Fund, vanwege de lange staat van dienst en het feit dat de verzekeraar Aegon al jaren meebelegt in dit fonds.