Kwartaal Nieuwsbrief

Terugblik: Eerste kwartaal 2019 was in alle opzichten bijzonder


We voelden ons in het eerste kwartaal van 2019 een beetje Alice in Wonderland. Een ontzettend slecht vierde kwartaal – ook in historisch opzicht – werd opgevolgd door een even bijzonder eerste kwartaal, maar dan met historisch gezien positieve uitzonderingen.

In onderstaande grafiek wordt nog even heel duidelijk gemaakt hoe groot de tegenstellingen tussen Q4 2018 en Q1 2019 waren. De grafiek toont het aantal verschillende beleggingscategorieën (honderd verschillende om precies te zijn) met positieve kwartaalrendementen vanaf 1900. Q4 2018 was historisch gezien uitzonderlijk omdat er maar één beleggingscategorie was die een positief rendement had (goud). In de laatste drie maanden van 2018 bood spreiding dus geen enkel soulaas. Het eerste kwartaal van 2019 was ook historisch.

Nooit eerder stegen zoveel beleggingscategorieën tegelijkertijd in een kwartaal; 93% is een ‘all-time high’ waarvan we niet verwachten dat die snel sneuvelt. Maar zeg nooit nooit. We leven door het ingrijpen van de centrale banken in het financiële systeem immers in bijzondere tijden.

Het sterke herstel in het eerste kwartaal kan grofweg aan drie factoren worden toegeschreven:

  • Na een grote daling op kwartaalbasis zien we bijna altijd weer een krachtig herstel. Markten bewegen immers in golven. Zie ook grafiek aan de linkerkant waarin te zien is dat kwartalen waarin veel beleggingen niet presteren worden opgevolgd door kwartalen met goede prestaties.
  • Het op de achtergrond raken van de handelsoorlog die Trump in februari 2018 aankondigde. Sterker nog, de financiële markten denken nu, terecht of onterecht, dat de angel wel uit het agressieve beleid van Trump is gehaald.
  • De daling van de rente, in zowel Europa als de VS. Zowel de ECB als de FED gaven in Q1 2019 door de slechte beurzen in 2018 en een mogelijke economische groeivertraging aan weer monetair te willen verruimen.

Om de laatste factor nader te duiden beelden we in de figuur hieronder de rollende 3-maands rendementen van de S&P500 (index van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven) af tegenover de 3-maands renteverandering van de Treasury (10-jaars Amerikaanse staatslening) over de afgelopen honderd jaar. Ieder punt vertegenwoordigt een 3-maands rendementsverandering van aandelen versus een renteverandering. De punt in de grafiek met pijl March 27, 2019 geeft aan dat in de drie maanden voorafgaand aan de 27ste maart Amerikaanse aandelen met 14% stegen en de rente met 0,47 procentpunt daalde. De punt voor 27ste maart laat zien dat de 3-maands stijging van aandelen versus de daling van de rente ver boven de gewone lijn ligt. Zowel de rentedaling als de stijging van aandelen zijn abnormaal, waarbij vooral de stijging van de aandelen ver buiten de normale range ligt. Overigens leert deze figuur ons dat een rentedaling niet altijd goed is voor aandelen, als de rente meer dan 0,50 procentpunt zakt is dat doorgaans slecht voor aandelen. De ‘bestfit line’ loopt immers naar linksonder. Een 3-maands rentestijging is doorgaans niet erg.

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 hebben de centrale banken bij iedere onrust op de financiële markten ingegrepen, waarna de markten weer stegen. Als er onrust was haalden de centrale banken als het ware een monetair instrument uit de toverdoos, waarna beleggers weer opgelucht adem haalden.