Kwartaal Nieuwsbrief

Negatieve rente niet nieuw: Zwitserland had in 1974 negatieve rente van -/- 40% om stijging van Zwitserse Franc tegen te gaan


De Europese Centrale Bank heeft begin oktober, zoals verwacht werd, de rente verlaagd en een nieuwe ronde van monetaire verruiming aangekondigd. Vanaf 1 november gaat de ECB maandelijks voor €20 miljard aan obligaties opkopen en de bank zal daar volgens eigen zeggen mee doorgaan zolang dat nodig is. Dit zorgt, Ceteris paribus, voor stijgende koersen van obligaties en een (verder) dalende rente, die toch al negatief is.

 

De vraag wordt wel eens gesteld of negatieve rentes in het verleden eerder zijn voorgekomen. Negatieve rentes zijn een relatief nieuw fenomeen, maar toch is het niet de eerste keer dat sprake is van negatieve rentes. Zwitserland heeft hier in de jaren zeventig al eens mee geëxperimenteerd. Dit kwartaal aandacht voor een interessant artikel op Bloomberg hierover door Stephen Mihm, professor geschiedenis aan de University of Georgia.

De Zwitserse centrale bank voerde in 2014, voor alle andere centrale banken, een negatieve rente in en ze zijn vastbesloten om de rente nog verder
te laten dalen. Zwitserse banken zoals UBS gaan binnenkort klanten met grote deposito’s negatieve rente in rekening brengen. Duitse banken willen dit ook gaan doen voor saldi boven de € 100.000. De Zwitsers hebben in de jaren zeventig al eerder geëxpirimenteerd met negatieve rente, om te voorkomen dat de Franc destijds te veel in waarde zou stijgen. Volgens Mihm zouden de lessen die hieruit getrokken kunnen worden, iedereen die van mening is dat negatieve rentes de vraag naar en stijging van fundamenteel sterke valuta kan voorkomen aan het denken moeten zetten.

Na de oorlog dreef de Zwitserse economie voor een groot deel op de export van hoogstaande producten, zoals precisie gereedschappen en horloges. In deze
periode was het Bretton Woods systeem van kracht, wat inhield dat valuta met vaste omrekenkoersen aan elkaar gekoppeld waren. In 1971 liet President Nixon de koppeling van de dollar met goud los en vanaf dat moment begonnen valuta’s ten opzichte van elkaar te bewegen. De dollar begon aan een scherpe daling en dit zorgde voor onrust op de valutamarkten. Eén land werd gezien als toevluchtsoord voor de komende storm: Zwitserland. De combinatie van een redelijk belastingstelsel en monetaire stabiliteit maakte de Zwitserse Franc een veilige plek om te schuilen. Beleggers begonnen Francs te kopen en de koers begon op te lopen.

Dit was een ramp voor Zwitserse export en de Zwitserse overheid legde de banken in eerste instantie extra reserve eisen op voor bankrekeningen van buitenlanders. Toen dat niet hielp verboden ze om rente te vergoeden op buitenlandse bankrekeningen. Toen zelfs dat niet werkte legden ze een 2% boete op per kwartaal aan iedereen die het in zijn hoofd haalde om Francs te kopen. In 1973 werd deze radicale maatregel weer afgeschaft, maar in de herfst van dat jaar brak de oliecrisis uit. Dit zorgde ervoor dat veel beleggers hun dollars verkochten en hun heil in de Zwitserse Franc zochten. De overheid voerde de negatieve rentes voor buitenlandse rekeningen snel weer in.

In november 1974 was de situatie verergerd en werden verdere maatregelen genomen. De overheid voerde een negatieve rente in van 12% op rekeningen van buitenlanders. Zelfs dit was nog niet genoeg om de instroom van buitenlands kapitaal tegen te gaan. In januari 1975 hield de Zwitserse regering een spoedbijeenkomst en nam de buitengewone stap om rekeningen van buitenlanders te belasten met maar liefst 41%! Deze draconische maatregel kon echter de stijging van de Zwitserse Franc niet tegenhouden. Ten opzichte van de dollar steeg de Franc tussen 1971 en 1975 met 70%.

De exportsector kreeg klappen en de Zwitserse economie kwam in een zware recessie. De industriële productie daalde met 15% in 1975 en de export daalde met 8%. De Zwitserse vakbonden gingen staken en wekelijks vonden 30 to 40 demonstraties plaats. De enige sector die in deze barre tijden floreerde was de bankensector. Banken bruisten van de activiteiten in gang gezet door de instroom van het buitenlands kapitaal.

In de rest van het decennium probeerde de overheid de instroom van buitenlands kapitaal tegen te gaan, maar zonder succes. Het hielp hierbij niet dat de overheid de eigen financiën goed onder controle hield en de inflatie, 2,5%, de laagste ter wereld was. Hierin ligt volgens Mihm de kern van het probleem. De reden voor de kapitaalstromen naar Zwitserland was juist het prudente beleid van de overheid. Het lijden van de Zwitsers kwam pas ten einde toen de centrale bank zich alleen ging richten op de wisselkoers en de inflatie op zijn beloop liet. Dit betekende grote interventies op de valutamarkten, maar tegen een hoge prijs: de inflatie nam fors toe. In 1982 werd deze aanpak uiteindelijk gestopt, mogelijk gemaakt door het feit dat in de V.S. de inflatie eindelijk onder controle kwam.