Kwartaal Nieuwsbrief

Blauwtulp modelmatige benadering: Fondsselectie


Outperformance behalen is geen sinecure. In sommige beleggingscategorieën lijkt een goede prestatie gemakkelijker dan in andere. Uit de Active/Passive Barometer van Morningstar blijkt bijvoorbeeld dat actief beheerde aandelenfondsen in opkomende markten driemaal zo vaak een betere prestatie leveren dan de index dan actief beheerde aandelenfondsen voor grote Amerikaanse aandelen. Dus voor de goede orde: voor onderstaande opsomming geldt dat het voor de ene beleggingscategorie gemakkelijker was een topfonds te vinden dan voor de andere.

 

Global Largecap Blend – Fundsmith Equity Fund
FundSmith is het ultieme voorbeeld van een beheerder die zich specialiseert: één wereldwijd beleggend aandelenfonds is alles wat deze beheerder doet. En met succes. De afgelopen negen jaar leverde het fonds viermaal het hoogste rendement in de categorie Global Largecap Blend en heeft het alle jaren in het bovenste kwartiel (top-25% van de fondsen) gezeten. Geen enkel fonds kan deze prestatie evenaren. Het beleggingsbeleid is ‘buy-and-hold’; het liefst houdt de beheerder de aandelen voor altijd in portefeuille. Er wordt in een geconcentreerde portefeuille van maximaal dertig aandelen alleen in kwaliteitsbedrijven belegd, wat in dit geval betekent bedrijven met bovengemiddeld rendement op geïnvesteerd kapitaal en mogelijkheid om dit rendement te laten groeien. Dit kan alleen bij bedrijven met een bijzonder sterke concurrentiepositie met een beperkte noodzaak tot het maken van schulden om die in stand te houden. Het fonds behoort niet tot de goedkoopste in zijn klasse: 1,06% per jaar.

 

Global Equity High Dividend – Kempen Global High Dividend Fund N.V.
Morningstar roemt voor dit fonds de ervaring, toewijding en stabiliteit van het beleggingsteam, waarbij de teamleden, alsmede ook de zeer gestructureerde beleggingsmethodiek. Aandelen moeten minimaal 3,3% dividendrendement opleveren bij aankoop en aandelen worden resoluut verkocht als het percentage onder de 3% zakt. Aandelen moeten een gunstige waardering hebben waarbij ook nog eens een ‘margin of safety’ wordt gehanteerd. Daardoor worden vooral goedkope (waarde)aandelen gekocht. Gezien de hogere waarderingen in de VS bestaat de portefeuille nu vooral uit aandelen uit Europa en opkomende markten. Van te voren gestelde maximale wegingen per aandeel en herbalancering op kwartaalbasis zijn onderdeel van het strikte beleggingsdiscipline. Met een Lopende Kosten Factor (LKF) van 0,73% per jaar behoort het fonds tot de goedkoopste uit deze beleggingscategorie.

 

Europe Equity – Uni-Global Equities Europe
Bij het Uni-Global Equities Europe wordt een repliceerbaar en gedisciplineerd beleggingsproces gebruikt. Kwantitatieve optimalisatietechnieken en fundamentele risicobeoordelingen moeten er voor zorgen dat er een goed gespreide portefeuille ontstaat met een lage volatiliteit en ‘drawdown’. Dit leidt tot mindere teruggang in moeilijke tijden en mindere stijgingen in goede tijden, maar eindelijke wel tot een significante hogere uitkomst. Het bijzondere aan dit fonds is dat er ook topdown naar landenrisico’s wordt gekeken. Zo zijn sinds begin 2018 de meeste Italiaanse aandelen flink onderwogen. Met een LKF van 0,93% hanteert dit fonds gemiddelde kosten.

 

Global Emerging Market – Comgest Growth Emerging Markets
Dit fonds belegt in een geconcentreerde portefeuille van kwaliteitsaandelen ofwel bedrijven met een stevige concurrentiepositie, waarbij de beheerder de (te) cyclische sectoren als banken, energie en grondstoffen in het algemeen uitsluit, waardoor het fonds sterk kan afwijken van de benchmark. Goede waardering speelt een belangrijke rol bij de selectie van aandelen. De beheerders van dit fonds schuwen het verder niet om ‘dure’ landen te vermijden en vooral aandelen te vinden in ‘goedkope’ landen, wat tot een nog grotere afwijking van de index kan zorgen. Let op, dit fonds hanteert verschillende prijsklassen. De goedkoopste variant heeft gemiddelde kosten.

 

Global Smallcaps – Dimensional Global Small Cap
Dit fonds steunt op het onderzoek van bekende wetenschappers Eugene Fama (nobelprijswinnaar) en Kenneth French. In tegenstelling tot de andere fondsen wordt hier wel een zeer goed gespreide portefeuille gebouwd (met meer dan 5000 aandelen!), maar vooral met overwegingen naar goedkopere bedrijven met bovengemiddelde winstgevendheid. Een uitermate gedisciplineerde, modelmatige manier van werken zorgt voor de juiste wegingen en herbalancering. Conform de wetenschap wordt er voor een smallcapfonds lage kosten gerekend (0,53%).

 

Obligatie Euro Gediversifieerd – BlackRock Euro Bond Fund
Dit fonds weet rendement te maken met beperkte risico’s door een gespreide portefeuille van zogeheten ‘relative value’-strategieën. Ofwel het koopt een obligatie die is ondergewaardeerd en gaat een obligatie die is overgewaardeerd short. Typisch bestaat de portefeuille uit zo’n 400 obligaties en 40 tot 60 relatieve waarde-‘bets’. Het fonds let op de benchmark, maar als de visie op bepaalde onderof overwaarderingen groot is kan ook worden afgeweken, al blijft de zogeheten ‘tracking error’, een statistisch maatstaf die meet hoeveel de portefeuille afwijkt van de  benchmark, beperkt tot 0,7-2%. Met 0,63% ligt de LKF in lijn met de categoriemediaan.

 

Emerging Markets Bond – T. Rowe Price Emerging Markets Bond Fund
Ook dit fonds hanteert een gedisciplineerd proces, met zowel een top-down als een bottombenadering. Top-down wordt op basis van een relatief waardemodel gekeken welke landen overonderwogen moeten zitten in het fonds. Vervolgens wordt met bottom-up fundamentele analyse op instrumentniveau gekeken welke specifieke obligaties moeten worden gekocht om de landenallocatie te vullen. Vooral door de landenwegingen kan het fonds soms sterk afwijken van de benchmark, maar op lange termijn laat het een mooie outperformance zien. Met een LKF van 0,80% hanteert ook dit fonds gemiddelde en redelijke kosten voor de beleggingscategorie.

 

De zeven hier beschreven topfondsen zijn geen garantie op succes. Rendementen uit het verleden bieden bij beleggen immers nooit garantie voor de toekomst. Maar gezien het trackrecord en het voldoen aan de kenmerken van goede beheerders, zoals convictie en/of structuur, ligt een goede prestatie in de toekomst wél voor de hand. Overigens betekent dit niet dat Blauwtulp deze fondsen in haar modelportefeuilles heeft. Dit is afhankelijk van de uitkomst uit ons fonds selectie model, dat op basis van 26 factoren de beste beleggingsfondsen selecteert.


VAARDIGHEDEN VERSUS KOSTEN

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de prestaties van actieve beleggingsfondsen. Bestaan er vaardigheden (‘skills’) die leiden tot outperformance?

Er heerst veel scepsis. Zelfs bij fondsen die statistisch outperformance boeken zeggen sceptici dat dit ook kan komen door de factor geluk. Zo bleek uit studies van Jensen (1968), Malkiel (1995) en Barras, Scaillet en Wermers (2010) dat outperformance inderdaad eerder een kwestie van geluk dan van skill zou zijn. Een studie genaamd New Evidence on Mutual Fund Performance van Blake, Caulfield en Loannidis toont echter wel degelijk het bestaan van skills, maar dat hoge kosten die weer geheel teniet doen, waardoor er niets voor beleggers in de fondsen overblijft.