Kwartaal Nieuwsbrief

7 top beleggingsfondsen


Passief beleggen, via indexfondsen en ETF’s, wordt steeds populairder. Actieve beleggingsfondsen zouden geen outperformance leveren en te duur zijn. Dit is te kort door de bocht. Er zijn wél degelijk goede beheerders en ze voldoen aan vijf kenmerken.

Het debat tussen actief en passief beleggen blijft de gemoederen bezighouden. Getuige de enorme instroom de laatste jaren lijkt passief beleggen de competitie te winnen. Het moet gezegd, passief beleggen heeft de wind vol in de zeilen van de bullmarkt gehad. In een (hard) stijgende markt kunnen de meeste actieve beheerders zich moeilijk onderscheiden. Stilzitten en weinig kosten maken is dan (achteraf gezien) de beste strategie. Toch zijn er wel degelijk portefeuillemanagers die, zelfs in een bullmarkt, ‘outperformance’ laten zien. We zetten zeven van deze fondsen in de schijnwerpers. Maar eerst kijken we naar de gemeenschappelijke kenmerken van goede actieve fondsen.

Vijf keurmerken
Er is veel onderzoek gedaan naar de prestaties van actieve beheerders. In een belangrijke studie gepubliceerd in de Financial Analyst Journal (volume 61, nr.5) werden de relatieve prestaties van meer dan honderd Amerikaanse actieve fondsbeheerders in een klassement gezet, waarna direct twee opvallende conclusies konden worden getrokken. De top van het klassement betrof vooral onafhankelijke beheerders die geen onderdeel van een conglomoraat uitmaken en die grotendeels in handen van het personeel zijn. De eerste plaats werd ingenomen door het niet-beursgenoteerde Dodge & Cox dat maar vier fondsen beheerde.

  1. Het eerste keurmerk van een goede beheerder is derhalve specialisatie: alleen doen waar je goed in bent. Dit wil niet zeggen dat grote fondsenfabrieken geen goede fondsen hebben. We zien sommige grote beheerders wel degelijk in bepaalde beleggingscategorieën uitblinken, waarbij dan meestal een bepaalde‘huisstijl’ is ontwikkeld. Denk bijvoorbeeld aan de ‘conservative equity’ reeks van Robeco, waarbij de Rotterdamse beheerder zich heeft gespecialiseerd in bepaalde factoren als ‘low volatility’.
  2. Een tweede kenmerk van een goede fondsbeheerder is convictie, ofwel de overtuiging in een bepaaldemanier van beleggen, waarbij de portefeuille dan sterk afwijkt van de index. Het is ook logisch. Je kunt een index niet outperformen als je er bij in de buurt blijft. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de slechte prestatie van veel actieve fondsen grotendeels wordt verklaard door fondsen die te weinig durven af tewijken, de zogeheten ‘index huggers’.
  3. Het derde onderscheidende kenmerk is structuur. Goede beheerders hebben een duidelijk omschreven beleggingsmethodiek. De processen zijn vaak gekwantificeerd. Beleggingsbeslissingen worden zo verifieerbaar en testbaar. Vaak ligt er wetenschappelijk onderzoek ten grondslag aan de beleggingsmethodiek. Veel goede fondsbeheerders spelen een rol bij verrijking van kennis van eenbepaalde wijze van beleggen, door zelf wetenschappelijk onderzoek te doen en daarover te publiceren in topjournals. Goede research is de beste marketing.
  4. Bescheidenheid is een ander bekende eigenschap van topbeheerders. Goede beleggers weten dat outperformance behalen lastig is. Beurzen kunnen bij tijd en wijle bijzonder bruut zijn, zelfs voor de meest onderbouwde beleggingsmethodieken. Kijk naar hoe zwaar het wetenschappelijk goed onderbouwde waardebeleggen het al jaren heeft. In een van de weinige mediapublicaties over Dodge & Cox schrijft de Financial Times (1 februari 2015): ‘Dodge & Cox schuwt media-aandacht. Zijn succes is het best bewaarde geheim. Het heeft, net als Toyota, een underdogmentaliteit. Beide ondernemingen streven continu en stilletjes naar verbeteringen waardoor hun producten de minste storingen bevatten.’
  5. Tot slot het laatste keurmerk: redelijke kosten. Uit onderzoek blijkt dat kosten een belangrijke invloed hebben op de beleggingsresultaten. Diverse actieve beheerders weten bruto wél out performance te boeken, maar na (te hoge) kosten blijft er te weinig voor de klanten over. Goede beheerders weten dit en rekenen een redelijke vergoeding waardoor er na kosten een outperformance overblijft en recht wordt gedaan aan de inspanningen van actief beheer. Gelukkig begint dit besef steeds meer door te dringen. Het onafhankelijke researchhuis Morningstar constateerde dat vorig jaar de gemiddelde kosten van actief beheerde in alle standaardbeleggingsstrategieën daalden. De kostenverschillen tussen de complexere passieve producten en actief beheerde fondsen zijn niet meer zo groot. Actief beheer afwijzen vanwege de hogere kosten wordt een steeds moeilijker verdedigbaar argument voor de aanhangers van passief beheer.